De Maginotlinie

Ontstaan van de Maginotlinie
   Einde van de Eerste Wereldoorlog Einde Eerste Wereldoorlog
   Vredesverdrag van Versailles Verdrag van Versailles
Naar een nieuwe verdediging
   Het probleem van een nieuwe landsverdediging Verdedigen, maar hoe?
De studiecommissies
   De Commissie voor de landsverdediging De CDT
   De Commissie voor de grensverdediging De CDF
   De Commissie voor de inrichting van de versterkte gebieden De CORF
Technische ontwikkeling
   De opbouw van de nieuwe forten Naar het fort "palmé"
Bouw en inrichting
   De wet Maginot André Maginot en zijn wet
   De bouw van de linie van 1929 tot 1933/34 Oude fronten
   De bouw van de linie vanaf 1934 Nieuwe fronten
De onderdelen
   De onderdelen van de ouvrages Ouvrages
   De intervalkazematten Kazematten
   Wat werd door de soldaten gebouwd in 1938 en 1939 MOM
Bewapening
   Algemeen gedeelte over de bewapening Inleiding
   Algemeen gedeelte over de artillerie Artillerie
   Algemeen gedeelte over de infanteriewapens Infanterie
   algemeen gedeelte over de anti-tankkanonnen Anti-tank
Tourelles (hefkoepels)
   Algemeen gedeelte over de tourelles Algemeen
   Tourelles met arilleriebewapening Artillerie
   Tourelles met infanterie bewapening Infanterie
Vaste koepels
   De vaste koepels (inleiding) Algemeen
   De vaste koepels alle modellen) Alle modellen
Infrastructuur (intern)
   Ventilatie in de Maginotlinie Ventilatie
   De stroomvoorziening Stroomverzorging
   Het transport van munitie en materieel in de ouvrages Transport
   Het munitiemagazijn Munitiemagazijn
   De ondergrondse kazerne Kazerne
   De communicatiemiddelen Telefoon en radio
Infrastructuur (extern)
   De kazernedorpen Kazernes (Cités
   De De transportmiddelen Wegen en spoorlijnen
De oorlog
   De rol van de Maginotlinie in mei en juni 1940 De rol van de Maginotlinie
   De gevechten in de Maginotlinie De gevechten
Na de oorlog
   De periode van de Koude Oorlog Koude oorlog en hergebruik
   De donkere jaren De donkere jaren
   De rehabilitatie en de toegang voor het grote publiek Rehabilitatie
   Actuele zaken Actueel

   Terug naar de homepage Terug naar de homepage
dinsdag 16 februari 2016
De studiecommissies - CDF

Op 31 december 1925 werd een nieuwe commissie geïnstalleerd door de minister van oorlog, Paul Painlevé. De CDF (Commission de Défense des Frontières of Commissie voor de GrensVerdediging) moest de beslissing van 15 december vertalen naar concrete voorstellen. In november 1926 verscheen er een rapport dat de basis zou vormen voor de nieuwe grensverdediging van Frankrijk. In het voorwoord stond o.a. het volgende te lezen:"Door de perfectie van de nieuwe wapens zal een aanzienlijke besparing in de bezetting met mensen bereikt worden.De nieuwe fortificatie moet gezien worden als een financiële opoffering om de geringe geboorteaanwas te compenseren." Het was een belangrijk rapport en het betekende een doorbraak in de jarenlange discussies.

Het rapport van 105 pagina's bevatte 9 hoofdstukken met de volgende inhoud

  • Hoofdstuk I
    • De fortengordels van generaal Sérè de Rivières moeten plaats maken voor de versterkte regio's, waar de fortificaties in nauwe samenwerking met de veldtroepen de verdediging moeten verzekeren. Er moet een logistieke infrastructuur (wegen, spoorwegen en kanalen) komen die ook voorziet in opslag van materieel, zodat het veldleger goed uitgerust snel richting de vijand kan oprukken. Bij de Duitse bezetting van de linker-Rijnover op 7 maart 1936 verklaarde generaal Gamelin echter nadrukkelijk:"Het is niet in het militaire belang van Frankrijk dat wij de Maginotlinie verlaten." Deze uitspraak tekende de toen heersende defensieve denkwijze.
  • Hoofdstuk II
    • Hier worden nogmaals de mogelijke invalsroutes van de vijand geschetst:
      • via Luxemburg
      • het plateau van Lorraine
      • tussen de Vogezen en de Rijn
      • via Belfort(De laatste optie impliceert ook een Duitse aanval op het neutrale Zwitserland)

      Om deze aanvallen op te vangen, zijn er drie versterkte regio's noodzakelijk:
      • een gebied dat loopt vanaf het Saargebied naar Metz en dan via Thionville naar Longwy
      • een gebied dat begint aan de rechterzijde van het Saargebied en tot aan de Rijn bij Zwitserland loopt
        Hoewel de Rijn niet direct beschouwd wordt als een invalsroute vanwege de parallele vaarwegen en het heuvelgebied van de Vogezen, wordt er toch nagedacht over een verdediging. Er zullen drie linies met kazematten gebouwd worden:
        • een weerstandslinie op de oever van de Rijn
        • een tweede en een derde linie om een vijandelijke opmars tegen te houden en tot stilstand te brengen
      • een gebied ten noorden van Belfort of de zuidelijke Vogezen
      Geen nieuwe gezichtspunten sinds 1923! ! In andere regio's, zoals de beboste Ardennen, zal bij een aanval de vijand worden tegengehouden door het vernielen van wegen, bruggen en spoorlijnen.
  • Hoofdstuk III
    • De grenzen in het noord-oosten zijn het meest bedreigd. In deze regio moet een krachtige verdediging opgebouwd worden. Door de sterke ontwikkeling van de artillerie zijn de versterkte steden met citadellen en omwallingen als verdedigingsconcept achterhaald. Er moet een continu front komen van 150 km lang met daarachter op 30 km afstand een tweede lichte verdedigingslinie.

      De taken van de versterkte gebieden zijn:
      • de vijand dwingen een algemene frontale aanval te ondernemen
      • als de vijand probeert via flanken aan te vallen, hetzij door België, hetzij door Zwitserland, worden deze landen ook in een oorlog betrokken
      • het beschermen van het leger tijdens de mobilisatie en opmars
      • het bezuinigen op troepen die de fortifictie moeten bezetten en die beschikbaar komen voor het veldleger
      • het ondersteunen van de gevechten langs de grens
  • Hoofdstuk IV
    • Hier wordt de vraag beantwoord welke oude fortificatie nog bruikbaar is. De commissie constateert dat de oude forten technisch achterhaald of in de Eerste wereldoorlog zo zwaar beschadigd zijn, dat ze worden gedeklasseerd. De steden Thionville, Metz en Belfort (met Montbéliard en Besançon) kunnen nog dienst doen als barrage; Verdun en Toul kunnen als steunpunt worden gebruikt. De Duitse Feste bij Mutzig wordt in de Rijnverdediging opgenomen. Parijs wordt als kringstelling behouden en Lille gaat dienst doen als opslagplaats voor het noorden. De stad Straatsburg zal niet verdedigd worden.
  • Hoofdstuk V
    • In dit belangrijke gedeelte van het rapport wordt ingegaan de technische aard van de fortificatielinie.
  • Hoofdstuk VI-VIII
    • Hier wordt beschreven hoe de versterkte grensgebieden worden uitgerust en hoe de mobilisatie zal plaatsvinden. Ook een eerste kostenplaatje passeert de revue.
  • Hoofdstuk IX
    • Dit gedeelte gaat in op de verdediging van het Alpenfront tegen Italië. Dit onderwerp wordt niet op deze site behandeld.

Dit rapport is beslissend voor de verdere besluitvorming en het begin van de eigenlijke bouw. In februari 1927 komt kolonel Tricaud met een voorstel voor de bouw van forten in de vorm van een" fort palmé",dat ingangen buiten de gevechtzone heeft en waar de gevechtsblokken verspreid in het landschap liggen. In mei komt generaal Fillonneau met een soort catalogus, waarin tien typen ouvrages worden voorgesteld. Enkele modellen zullen ook bij de bouw gebruikt gaan worden. In de zomer bezoekt Maarschalk Pé'tain o.a. Belfort en de omgeving van Longwy; hij komt tot de conclusie dat er krachtige ouvrages gebouwd moeten worden. Deze gebeurtenissen hebben een belangrijke beslissing tot gevolg; in oktober 1927 wordt besloten tot de bouw van grote artillerie-ouvrages met in de intervallen kleine infanterie-ouvrages.
Het is de hoogste tijd om te beginnen!!

vorige pagina (De commissie voor de landsverdeding) schrijf eens wat in het gastenboek home (terug naar de startpagina) stuur een email Uitleg technische termen volgende pagina (De commissie voor de inrichting van de versterkte gebieden)

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op donderdag 26 januari 2017