De Maginotlinie

Ontstaan van de Maginotlinie
   Einde van de Eerste Wereldoorlog Einde Eerste Wereldoorlog
   Vredesverdrag van Versailles Verdrag van Versailles
Naar een nieuwe verdediging
   Het probleem van een nieuwe landsverdediging Verdedigen, maar hoe?
De studiecommissies
   De Commissie voor de landsverdediging De CDT
   De Commissie voor de grensverdediging De CDF
   De Commissie voor de inrichting van de versterkte gebieden De CORF
Technische ontwikkeling
   De opbouw van de nieuwe forten Naar het fort "palmé"
Bouw en inrichting
   De wet Maginot André Maginot en zijn wet
   De bouw van de linie van 1929 tot 1933/34 Oude fronten
   De bouw van de linie vanaf 1934 Nieuwe fronten
De onderdelen
   De onderdelen van de ouvrages Ouvrages
   De intervalkazematten Kazematten
   Wat werd door de soldaten gebouwd in 1938 en 1939 MOM
Bewapening
   Algemeen gedeelte over de bewapening Inleiding
   Algemeen gedeelte over de artillerie Artillerie
   Algemeen gedeelte over de infanteriewapens Infanterie
   algemeen gedeelte over de anti-tankkanonnen Anti-tank
Tourelles (hefkoepels)
   Algemeen gedeelte over de tourelles Algemeen
   Tourelles met arilleriebewapening Artillerie
   Tourelles met infanterie bewapening Infanterie
Vaste koepels
   De vaste koepels (inleiding) Algemeen
   De vaste koepels alle modellen) Alle modellen
Infrastructuur (intern)
   Ventilatie in de Maginotlinie Ventilatie
   De stroomvoorziening Stroomverzorging
   Het transport van munitie en materieel in de ouvrages Transport
   Het munitiemagazijn Munitiemagazijn
   De ondergrondse kazerne Kazerne
   De communicatiemiddelen Telefoon en radio
Infrastructuur (extern)
   De kazernedorpen Kazernes (Cités
   De De transportmiddelen Wegen en spoorlijnen
De oorlog
   De rol van de Maginotlinie in mei en juni 1940 De rol van de Maginotlinie
   De gevechten in de Maginotlinie De gevechten
Na de oorlog
   De periode van de Koude Oorlog Koude oorlog en hergebruik
   De donkere jaren De donkere jaren
   De rehabilitatie en de toegang voor het grote publiek Rehabilitatie
   Actuele zaken Actueel

   Terug naar de homepage Terug naar de homepage
dinsdag 16 februari 2016
Cloches (Vaste koepels)

Net als de artillerie- infanteriewapens moesten de waarnemers, de "ogen", die nodig waren om te zien waar de vijand zat en om de uitwerking van zijn artillerie- en infanterievuur te bekijken, beschermd worden. De forten die gebouwd waren onder leiding van Generaal Séré de Rivières in de periode 1873 tot 1890/1914 bestonden hoofdzakelijk uit stenen en later betonnen gebouwen die bedekt waren met dikke laag aarde. De toenemende vuurkracht en dus de schootsafstand van de artillerie maakte het noodzakelijk om waarnemingsposten op de forten te installeren. Maar ook de vijandelijke artillerie kreeg meer vuurkracht en dus werden gepantserde waarnemingsopstellingen noodzakelijk. In tegenstelling tot de beweegbare artilleriekoepels waren deze koepels vast ingebouwd. Zij worden cloches genoemd; een term die ook in de Maginotlinie gangbaar werd.
Een obervatiekoepel, ook wel cloche Héronfontaine genoemd Het eerste model waarnemingskoepel had een cilindervorm en een plat dak. Het is bij een prototype gebleven. De volgende modellen hadden een rondere vorm en wogen 7,5 ton. De binnendiamater ter hoogte van de kijkgaten bedroeg 56cm. Dit was net genoeg ruimte voor één artilleriewaarnemer die alleen een verrekijker en een goniometer tot zijn beschikking had. Elke tourelle met artillerie had zijn eigen waarnemingskoepel. Ook voor de fortcommandant was een waarnemingskoepel beschikbaar. In de Eerste Wereldoorlog bleken deze koepels nog redelijk bestand te zijn tegen zwaar artillerievuur.

Cloche voor infanteriewaarneming Ook de infanterie beschikte over waarneming; zij moest de directe omgeving van een fort kunnen observeren. Deze koepels waren opgesteld op de punten waar de infanterie een vijandelijke stormaanval zou moeten tegenhouden. Zij boden slechts bescherming tegen granaatscherven en kogels.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was al snel duidelijk dat een mitrailleur in het open veld enorm kwetsbaar was. Ook de tourelle met de mitrailleurs op de forten was niet bestand tegen artillerietreffers. Bij Verdun werden de meeste forten gedegradeerd tot infanteriesteunpunten. Op veel forten werden de zgn. " Casemates Pamart" gebouwd. Deze stalen koepel, die veel weg heeft van een olifantskop, was in 1916 ontwikkkeld door kapitein Pamart. De casemates Pamart werden buiten het fort gebouwd en waren er ondergronds mee verbonden.

Cloche met twee schietgaten, die doet denken aan een olifantskop Er bestonden twee modellen:

  • een model met één schietgat en één mitrailleur.
  • een model met twee schietgaten. De affuit bevatte twee mitrailleurs die om een as draaibaar waren, zodat ze afwisselend konden worden gebruikt. De schutter kon zowel door het ene als het andere schietgat vuren.

Bij de bouw van de Maginotlinie werden een aantal nieuwe cloches ontworpen voor observatie en mitrailleurvuur. Toen de Eerste Wereldoorlog voorbij was, lagen er in de genieparken nog talloze overgebleven koepels. Oude observatiecloches werden gebruikt voor kleine waarnemingsposten in het veld. Ook overgebleven Pamart-koepels werden gebruikt, o.a. in de Alpen bij het ouvrage Plate Lombarde.

Klik in het linkermenu op alle modellen of hier voor meer informatie over de gebruikte koepels in de Maginotlinie.


vorige pagina (Infanterietourelles) schrijf eens wat in het gastenboek home (terug naar de startpagina) stuur een email Vaste koepel voor waarneming en lichte mitrailleur (GFM)

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op donderdag 26 januari 2017