Tsjechische verdediging
tot WW2


   Inleiding Inleiding

Ontstaan van Tsjecho-Slowakije
   Ontstaan van Tsjecho-Slowakije, de geschiedenis 1919
   Ontstaan van Tsjecho-Slowakije, de geschiedenis 1930-1945

Verdediging
   Het idee achter de landsverdediging Concept
   Blockhaus model 36 lichte bunkers model 36
   Blockhaus model 37 lichte bunkers model 37
   De zware infanteriebunkers zware bunkers
   De opbouw en organisatie van de artilleriewerken artilleriewerken

Bewapening
   De bewapening van bunkers en artilleriewerken overzicht
   Terug naar de homepage Terug naar de homepage
Aan deze pagina wordt nog gewerkt


Bijgewerkt:
vrijdag 29 mei 2020
REPUBLIEK TSECHO-SLOWAKIJE

Europa voor de Eerste Wereldoorlog (1914)

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog stortten het Duitse en Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk ineen. In juni 1919 werd het vredesverdrag van Versailles gesloten en ging een groot deel van Europa op de schop. Duitsland verloor grondgebied aan BelgiŽ en Polen, maar behield een gedeelte in Polen (Oost-Pruisen), waardoor Polen via een "corridor" toegang tot de zee had. Oostenrijk-Hongarije werd opgedeeld in afzonderlijke landen met een kleiner grondgebied dan voor 1914. De oude Habsburgse landen Bohemen, Moravië, en Roethenië werden samengevoegd tot een nieuwe staat: Tsjecho-Slowakije en Roemenië kreeg een groot gedeelte van Hongarije. Serviërs, Kroaten en Slovenen vormden een koninkrijk, dat in 1929 de nieuwe staat Joegoslavië werd. Het leek een nieuw begin, maar veel bevolkingsgroepen waren het oneens met de beslissingen; dit zou leidden tot een aantal belangrijke gebeurtenissen in de aanloop naar een nieuwe Wereldoorlog.

Na de Eerste wereldoorlog krabbelde Europa langzaam overeind en er volgde tot 1929 economisch herstel en een toenemende welvaart. De ineenstorting van de beurzen in Amerika en later in Europa maakte in 1929 hieraan een einde. Een grote werkeloosheid en toenemende ontevredenheid onder de bevolkingingen was het gevolg. Het maakte de weg vrij voor dictaturen, die beloofden om deze problemen op te lossen en een nieuwe toekomst te scheppen, maar in ruil voor onderdrukking. In 1925 was Mussolini alleenheerser in Italië en in Spanje greep generaal Franco de macht. In dertiger jaren was Stalin dictator van Rusland en regeerde het land met een ijzeren greep. Miljoenen verloren hierdoor hun leven. Ook Duitsland zakte langzaam maar zeker af naar een totalitaire staat. Na een aantal mislukte revoluties besloot Adolf Hitler op een legale manier aan de macht te komen. De NSDAP werd in 1932 de grootste partij en in 1933 werd Hitler rijkskanselier. In augustus 1933 overleed Maarschalk Paul von Hindenburg, tot dan toe president van de republiek; Hitler verenigde beide functies in die van Führer. Hij kreeg steeds meer macht en grip op alles en iedereen. In 1936 trokken Duitse troepen het door de geallieerden bezette Rijnland binnen, maar er kwam geen reactie van Frankrijk en Engeland. In maart 1938 volgde de Anschluß van Oostenrijk.

Ontstaan van Tsjecho-Slowakije

N.B. De volgende tekst komt van Wikipedia en is hier en daar wat ingekort.

Van de 15e eeuw tot 1918 maakte het gebied achtereenvolgens deel uit van Oostenrijk en de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, een veelvolkerenstaat waarvan onder andere Duitsers, Hongaren, Tsjechen, Slowaken, Polen, Kroaten en Roemenen deel uitmaakten. Na het uiteenvallen van Oostenrijk-Hongarije werd het deze volkeren toegestaan om staten naar min of meer etnische grenzen te vormen. Soms werden grote aantallen mensen, behorende tot een ander volk dan het staatsvolk bij zo'n nieuwe nationale staat inbegrepen, waarin zij vervolgens een nationale minderheid vormden. Vooral Duitse Oostenrijkers en Hongaren werden hiervan slachtoffer. Duitstalige Oostenrijkers riepen op 21 oktober 1918 de republiek Duits-Oostenrijk uit. Hiervan wilden ook Duitstalige gebieden in de Habsburgse kroonlanden Bohemen, MoraviŽ en Zuid-Tirol deel uitmaken. Tsjecho-Slowakije ligt ingeklemd tussen de buurlanden
Tsjecho-Slowakije verklaarde zich op 28 oktober 1918 onafhankelijk en om te voorkomen dat de Duitstaligen in de genoemde twee kroonlanden zich zouden gaan aansluiten bij Duitsland of Oostenrijk, bezetten Tsjechische nationale milities in november 1918 deze Duitstalige gebieden. Toen de Duitstaligen in de kroonlanden (provincies) (Bohemen en MoraviŽ) stemlokalen inrichtten voor de eerste naoorlogse Oostenrijkse verkiezingen, werden deze met geweld door de Tsjechische milities gesloten en protest daartegen gewelddadig onderdrukt ten koste van tientallen doden.

Samenstelling van de bevolking in 1918 Bij het Verdrag van Saint-Germain (1919), dat de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog op 10 september 1919 sloten met Oostenrijk, werden zowel het Tsjechischtalige als het Duitstalige gebied van de kroonlanden (provincies) Bohemen en MoraviŽ, definitief bij de nieuwe republiek Tsjecho-Slowakije gevoegd. Daarmee werden in het nieuwe Tsjecho-Slowakije de Duitstaligen een minderheidsbevolking van ca. drie miljoen mensen. Deze zogenaamde etnische of Volksduitsers, ook wel Sudeten-Duitsers genoemd, verloren hun minderheidstaalrechten in het Tsjechische taalgebied, maar behielden ze wel in hun eigen taalgebied. Ze moesten daar wel, door de toenemende inwijking van Tsjechen, steeds meer ruimte bieden aan het gebruik van het Tsjechisch. Toename van Tsjechen in Sudetenduits gebied vond plaats op grond van inwijking van ambtenaren en militairen, maar ook door de vestiging van boeren op voormalig, door de staat onteigend, grootgrondbezit. Zij kregen eigen Tsjechische scholen toegewezen. Veel voorheen Duitstalige gemeenten kregen als gevolg daarvan een tweetalig statuut en dientengevolge moesten veel eentalig-Duitssprekende ambtenaren hun plaats aan tweetalige Tsjechen afstaan. De 82.000 Tsjechen die in het Sudetenland leefden, namen tot 1935 toe met 237.000.

Terug naar de homepage schrijf eens wat in het gastenboek home (terug naar de startpagina) volgende pagina (Tsjecho-Slowakije - geschiedenis)

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op zaterdag 18 april 2020