Tourelles

75mm tourelles 81mm mortier
81mm en 135mm tourelles 135mm zware mortier
Terug naar algemene pagina over tourelles Terug
Tourelles in de Maginolinie

Tijdens de bijeenkomsten van de CORF is veel gesproken over de opstelling van artillerie in tourelles. Uiteindelijk werd besloten om per ouvrage te bekijken welke tourelles er moesten komen. Voor de langere afstand, verdediging frontaal, flankerend en eventueel naar de achterzijde werd gekozen voor het 75mm houwitserkanon. De tourelle met de 135mm zware mortier moest eventuele veldstellingen van de vijand vernietigen, terwijl de tourelle met 81mm mortieren voorbestemd ws om de dode hoeken in de onmiddellijke nabijheid van een ouvrage te bestrijken.
Er werd gekozen voor het type Galopin, een tourelle met een balansarm. De ontwerpers maakten gebruik van het hefboomprincipe waarvan de formule luidt:

L.arm x L = M.arm x M.

Het produkt van de lengte van de Lastarm en het gewicht dat er aanhangt, is gelijk aan het produkt van de lengte van de Machtarm en de macht of wel de uitgeoefende kracht. Er was dus maar een kleine kracht nodig om de tourelle omhoog te brengen (in batterij) of weer te laten zaken (en éclipse. Alle typen tourelle konden met de hand of elektrisch bediend worden met uitzonderling van de tourelle met 1 of 2 AM en de 75mm tourelle model 1905.
Het bovenste gedeelte van een tourelle bestaat uit de schietkamer met de wapens; de middelste verdieping is bestemd voor de bediening en de munitieaanvoer met behulp van de voor de munitie geschikte liften. Op de onderetage bevindt zich de balansarm met contragewicht. Twee geleiders zorgen er voor dat de tourelle vertikaal blijft, hetgeen noodzakelijk is voor een goede functionering. Bij de meeste tourelles wordt het het gehele mechanisme elektrisch bediend, maar het kan ook handmatig bediend worden.


De tourelle ingetrokken (" en éclipse")
tourelle 75mm model 1932
Diameter 3.040mm
dikte dak 300mm
wand 300mm
in batterij 1.020mm
gewicht mobiel ged. 101,1ton
vast ged.   87,6ton
totaal 188,7ton
aantal geplaatst 12
looplengte 1.555mm
schootsafstand 9.200m
Artillerietourelle 75mm R model 1932

Dit is de kleinste artillerietourelle die bewapend was met twee 75mm houwitserkanonnen in een tweelingopstelling. Het kanon was afgeleid van het model 1905. Door enkele aanpassingen was de schootsafstand toegenomen met 1.000m. Deze uitvoering had voornamelijk een flankerende functie in geaccidenteerd terrein. Bij verschillende ouvrages werd een flankerende kazemat vervangen door een tourelle.

De bediening en observatie gebeurde vanaf een opstelling onder de schietkamer. De schietkamer was dus "blind". Met behulp van de optiek in de schietkamer kon direct geschoten worden. Deze tourelle is uitsluitend in het noord-oosten geplaatst. In een tweede bouwcyclus zouden er nog 18 exemplaren geplaatst worden.
In het museum in het ouvrage Fermont staat een exemplaar dat uit het ouvrage Molvange is gehaald. Klik hier voor een verslag van deze operatie. (Tekst in het Frans)



De tourelle ingetrokken(" en éclipse")
tourelle 75mm model 1933
Diameter 4.000mm
dikte dak 350mm
wand 300mm
in batterij 1.260mm
gewicht mobiel ged. 130,6ton
vast ged. 134,4ton
totaal 265,0ton
aantal geplaatst 21
looplengte 2.421mm
schootsafstand 12.000m
Artillerietourelle 75mm model 1933

Deze tourelle is bewapend met twee 75mm houwitserkanonnen model 1929 waarbij de loop 30 cm is verkort. Ook hier staan de wapens in een tweelingopstelling. In de eerste instantie hadden de houwitserkanonnen een kulas type Nordenfelt (schroefkulas). Later zijn deze in de 16 tourelles in het noordoosten vervangen door een halfautomatisch blokkulas met zijsluiting. Tevens werd de kanonnen voorzien van een automatische laadinrichting. Hierbij werd de granaat in een houder geplaats. Met één beweging werd de granaat in het kanon geschoven en het kulas gesloten. De terugstoot van de loop na het afvuren opende het kulas, de huls werd uitgeworpen en de laadinrichting werd gespannen.
Deze tourelle kon bediend worden op de middelste verdieping maar ook vanuit de schietkamer in geval van direct vuur. In de schietkamer stonden twee laders/schutters en de commandant. Gezien de diameter van de tourelle bestaat het dak uit twee delen.
In een tweede bouwcyclus hadden er nog 18 bijgeplaatst moeten worden. In het museum van Fermont staat de schietkamer van dit model; dit gedeelte van de tourelle is afkomstig uit ouvrage Bréhain. Kijk voor het aantal geplaatste tourelles klik hier .


Van dit type is geen foto uit die tijd beschikbaar. Dit is een vergelijkbaar model
tourelle 75mm model 1905
Diameter 2.350mm
dikte dak 300mm
wand 300mm
in batterij 600mm
gewicht mobiel ged.  82,6ton
vast ged.  42,0ton
totaal 124,6ton
aantal geplaatst 1
looplengte 1.555mm
schootsafstand 8.200m
Artillerie Tourelle 75mm model 1905

Vanaf 1934 werd een nieuwe serie ouvrages gebouwd. Dit zijn de zgn. Nouveaux Fronts of Nieuwe Fronten. Door de financiële crisis was er weinig budget beschikbaar. Er werd o.a. bezuinigd op de bewapening. Er werd nauwelijks artilleriebewapeing geïnstaleerd. Alleen in de sector Montmédy kwam er een artillerietourelle model 1933 ( Ouvrage Veslones) en een model 1905 (Ouvrage Chesnois). Deze tourelle was afkomstig uit de voorraad niet-geïnstaleerde tourelles in de forten van Séré de Rivières uit de bouwperiode van 1875 tot 1914. Door enkele aanpassing was de schootsafstand met 1.000m toegenomen tot 8.200m. In tegenstelling tot de andere modellen werd deze tourelle met de hand bediend. Tijdens de evaculatie van het ouvrage heeft de bemanning de tourelle gesaboteerd; in de Tweede Wereldoorlog is hij door de Duiters gesloopt ten behoeve van de oorlogsindustrie.



vorige pagina (Tourelles (hefkoepels) in de Maginotlinie) home (terug naar de startpagina) stuur een email Uitleg technische termen volgende pagina (Tourelle voor 81mm mortier en 135mm zware mortier)

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op dinsdag 20 februari 2024