Infanteriebewapening

7,5mm lichte mitrailleur model 24/29 7,5mm lichte mitrailleur M24/29

7,5m mitrailleur (Reibel) 7,5mm mitrailleur (Reibel)

de kleine mortieren in koepels 50mm mortier

handgranaatwerper voor de grachtverdediging Handgranaatwerper

gemengd wapen bestaande uit een dubbele mitrailleur en een 25 mm anti-tankkanon Arme Mixte

terug naar bewapening (algemeen) terug naar bewapening

50mm mortier model 1935

60mm mortier model 1931
type mortier (achterlader)
kaliber 60mm
gewicht granaat 1,1kg
schootsbereik (m) 200m tot 1.700m
schiethoek(vertikaal) 55° tot 90°
vuursnelheid 15 schoten/min
aantal granaten 400
50mm mortier model 1935
type mortier (achterlader)
kaliber 50mm
schootsbereik (m) 695m
schiethoek(vertikaal) 20°
vuursnelheid 10-15 schoten/min
vuursnelheid 1.000

Tijdens de bijeenkomsten van de CORF werd veel gediscussieerd over de verdediging met mortieren op een korte afstand. Zij moesten de dode hoeken rondom de gevechtsblokken kunnen bestrijken. Uiteindelijk werd besloten om een 60mm mortier in een verticale opstelling in een vaste koepel te plaatsen. Gedurende vele jaren werd er gewerkt aan een adequate opstelling, maar in 1940 had de industrie nog geen oplossing gevonden en waren deze wapens niet geïnstalleerd. De koepels bestemd voor de mortier, koepel lance-grenades, werden in 1940 met een dikke staalplaat dichtgelast.
 (<br />Tekening: Jean-Yves Mary<br />Aanpassing: Hans Vermeulen Parallel aan dit projekt liep een studie voor een 50mm mortier. Deze kon in een GFM koepel geplaatst worden in afwisseling met de optiek of een lichte mitrailleur; ook dit wapen moest de dode hoeken rondom een gevechtsblok kunnen bestrijken. De schootsafstand werd geregeld dmv meer of minder gasdruk. De granaatscherven waren gevaarlijk binnen een afstand van 50m. Het nadeel van dit wapen was, dat de loop buiten de GFM koepel uitstak. In totaal werden er 1.600 exemplaren vervaardigd.





Handgranaatwerper (Goulotte lance-grenades)

De diamantgracht ter bescherming van de ingang en de schietgaten Gevechtsblokken kunnen een façade hebben waarin schietgaten voor wapens (mitrailleurs, anti-tankkanonnen en artillerie) zitten. Deze wand wordt beschermd door de diamantgracht, die
  • verhindert dat een vijand bij de schietgaten met de wapens kan komen;
  • dient als opvangbak voor de hulzen van mitrailleurs en een antitankkanon;
  • de brokken beton, die bij een beschieting loskomen, opvangt
  • verhindert dat de vijand een gevechtsblok of abri kan binnendringen.
  • waarin vaak de nooduitgang zit

De zware muur voor de diamantgracht beschermde een blok tegen schuin invallende schoten. Toch zou een vijand er kunnen slagen om in de diamantgracht af te dalen. Op dat moment bevond hij zich in de dode hoek van de wapens en dat was een zeer ongewenste situatie.


Een schietgat voor een lichte mitrailleur die de diamantgracht verdedigt

Bij de vroege ontwerpen was er voor de grachtverdediging een speciaal schietgat voor een lichte mitrailleur, die schuin in de gracht kon vuren. Men noemt dit een "créneau de pied". Het nadeel was dat er speciaal een lichte mitrailleur voor nodig was, die mogelijk niet gebruikt zou worden. Vanaf 1932 werd er een ander systeem gebruikt. In de schietkamer werd een handgranaatwerper (goulotte lance-grenades) aangebracht om in geval van nood de diamantgracht te verdedigen.


Een granaatwerper in geopende toestand Hoe werkt dit systeem?
1) Het beweegbare gedeelte wordt ontgrendelt door de knop (11) uit te trekken en dit gedeelte naar zich toe trekken via de hendel (8);
2) Er wordt een handgranaat in de kamer gelegd met de slagpin naar beneden en de hefboom in gleuf;
3) Men trekt aan de ring zodat de slagpin geactiveerd wordt. Zolang de handgranaat in de kamer zit (4), is deze is nog geblokkeerd;
4) Het beweegbare gedeelte wordt weer gesloten;
5) Op het juiste moment wordt de handgranaat met de uitwerper (8) naar beneden geduwd. De slagpin komt vrij en na enkele seconden volgt de explosie. Het was ten strengste verboden om een geplaatste granaat er uit te halen; deze moest altijd worden uitgeworpen.

Tussen 1932 en 1940 zijn er meer dan 3.000 geïnstaleerd. Na de afstoting van de linie door het Franse leger zijn veel handgranaat- werpers verdwenen. In enkele, voor het publiek toegankelijk ouvrages en kazematten zijn ze nog te zien.



vorige pagina (Infanteriebewapening) schrijf eens wat in het gastenboek home (terug naar de startpagina) stuur een email Uitleg technische termen volgende pagina (Anti-tankbewapening)

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op dinsdag 8 mei 2018