In Fermont wacht men nog steeds op de Duitse instructies voor de evacuatie van het ouvrage. De hoop leeft dat er een vrije aftocht komt naar het onbezette deel van Frankrijk. Fermont is niet overwonnen en ligt als een eiland omringd door Duitse troepen. Wat men echter nog niet weett is, dat de bemanningen van de ouvrages van de Maginotlinie op dezelfde manier zullen worden behandeld als het veldleger dat zich had overgegeven: zij worden allen krijgsgevangenen.
Bij alle ouvrages en kazematten in de sector kunnen soldaten en officieren rustig naar buiten. Op Fermont geven de officieren zich rekenschap van de hevigheid van de gevechten. Het terrein is bezaaid met kraters van soms 4 tot 5m diep en 8m in omtrek. Het lijkt op het slagveld bij Verdun op kleine schaal.
Nu het rustig blijft rondom Fermont, kan er wat gedaan worden aan het probleem met de telefoonverbindingen. Een onderofficier, die verantwoordelijk is voor de verbindingen, gaat naar een telefoonschakelput en vind daar het probleem. De Duitsers hebben eenvoudigweg de zekeringen uit de telefoonlijnen gehaald en op de grond gegooid. Het inpluggen is voldoende en de telefoon funktioneert weer als vanouds.
Rond 16:00 uur komt er een bericht van commandant Pophillat(comandant van Latiremont en commandant van de ondersector):
" Ouvrage Fermont wordt op 27 juni om 06:00 uur ontruimd. Wapens, munitie en ander materieel worden in goede staat achter gelaten. De bemanning begeeft zich naar het kamp Doncourt-Cités.
Voor kapitein Aubert is geen twijfel mogelijk; hij denkt dat Pophillat in opdracht van het Franse opperbevel handelt en dat dat gebeurt volgens de overeenkomst van de wapenstilstand.
Commandant Pophillat heeft echter zonder toestemming van het Franse opperbevel met de Duitse divisiecommandant en de legerkorpscommandant onderhandeld over de overgave van de ondersector Arrancy. Ook Commandant Vanier van het
ouvrage Bréhain heeft dezelfde weg gevolgd, zodat de sector Crusnes al in vroeg stadium wordt overgegeven aan de Duitsers.
's Avonds verzamelt iedereen zijn spullen en maakt zich klaar om te vertrekken.
Na een korte nacht is iedereen om 05:00 uur opgestaan. Rond 07:00 uur begeeft de bemanning zich blok voor blok naar de munitie-ingang. Voor de ingang staan Duitse officieren. Na een kort onderhoud met Kapitein Aubert zet de trieste colonne zich in beweging richting Doncourt-Cités.
De bemanningen van ouvrages en kazematten installeren zich zo goed als mogelijk is. Een Duitse officier verzekert hen dat het verblijf van korte duur zal zijn (correct) en dat iedereen naar de vrije zone zal worden afgevoerd (onjuist).
In de loop van de dag krijgt Commandant Pophillat het bevel om zich naar het kamp van Errouville te begeven. Daar ontmoet hij kolonel Marion, die hem namens de Franse regering meedeelt dat de omsingelde Franse troepen onvoorwaardelijk de wapens moeten neerleggen en als krijgsgevangenen zullen worden afgevoerd. Dit bericht komt aan als een donderslag.
Als commandant Pophillat in Doncourt-Citês terugkomt, staan hem de tranen in de ogen, als hij dit bericht moet meedelen. De volgende dag zullen de soldaten te voet vertrekken richting Metz, de officieren worden met een bus afgevoerd.
Om 03:30 uur verzamelen de soldaten zich en in stilte aanvaarden ze de tocht naar hun krijgsgevangenschap. De barre tocht onder een brandende zon duurt twee dagen. De bagage weegt zwaar en sommige soldaten gooien alles neer aan de kant van de weg. Eindelijk komen ze aan in Metz in Fort Queuleu; de officieren worden ondergebracht in een klooster.
Uiteindelijk worden de soldaten op 15 juli richting de Stalags (krijgsgevangenkampen) gestuurd; de officieren volgen in augustus.
Op 28 juli 1940 ontsnapt kapitein Aubert uit het klooster en bereikt na wat omzwervingen begin augustus de vrije Franse zone. Hij neemt deel aan de campagnes in Noord-Afrika waar hij op 21 januari 1943 sneuvelt.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |